Waarom wordt een overledene gekoeld

In artikel 16 van de wet op de lijkbezorging staat dat een uitvaart moet plaatsvinden op tenminste 36 uur na overlijden en op uiterlijk de zesde werkdag na het overlijden. In het uiterste geval, door samenloop van weekenden en feestdagen, kan het uitlopen tot een uitvaart op de elfde dag na het overlijden. In de praktijk gebeurt dit maar weinig.

Meestal vindt een uitvaart plaats op de vijfde dag na overlijden. Dat is voor organisatie, houdbaarheid van het lichaam en het rouwproces het meest ideaal. In die vijf dagen moet er dus veel gebeuren, maar dat hoeft niet allemaal meteen en ook niet allemaal tegelijk.

Veel mensen  haasten zich meteen naar de telefoon wanneer hun dierbare is overleden. Er wordt vaak gedacht dat er direct van alles moet, zoals de kist, de rouwkaart, de verzorging, de muziek.

Er moet niks

Ik adviseer mensen in principe om eerst het besef te laten doordringen en nog even bij elkaar te zijn voordat de doe-modus wordt opgestart. Om eerst even te voelen in plaats van meteen te doen. Deel daarom nog wat tijd samen. Ga zitten en kom tot het besef wat er nu eigenlijk allemaal gebeurd is. Huil, praat, kijk en voel.

In de periode tot aan de uitvaart zijn er verschillende mogelijkheden voor wat betreft de bestemming van het lichaam van de overledene. Dit is afhankelijk van de wensen van de overledene, de keuzes van de familie, en de mogelijkheden die de wet biedt.

Opbaren bij obductie en bij orgaandonatie

Als er bijvoorbeeld sprake is van een strafrechtelijk feit krijgt de Officier van Justitie de zeggenschap en verantwoordelijkheid over het lichaam en is er geen (thuis)opbaring toegestaan, voordat het lichaam officieel wordt vrijgegeven.

Maar ook bij weefsel-, orgaandonatie of een obductie kan een lichaam na overlijden niet in huis blijven, maar zal een operatie moeten ondergaan in een ziekenhuis waar dit kan plaatsvinden. Daarna is de weg naar huis weer vrij, maar ook kan het zijn dat je er dan gekozen wordt voor een verder verblijf in het mortuarium van het ziekenhuis of een rouwcentrum.

Koelen van de overledene

In bijna alle gevallen wordt de overledene tussen overlijden en uitvaart gekoeld. Dat kan in een centrale koeling oftewel koelcel in een mortuarium, maar ook door een kistkoeling of een bedkoeling waar je bij een thuisopbaring mee te maken hebt. Het zijn allemaal technieken die ervoor moeten zorgen dat het lichaam de temperatuur bereikt van 4 graden Celsius: de meest ideale temperatuur waarbij het lichaam het minst onderhevig is aan ontbinding.

Ontbinding van het lichaam

Zoals bij alle organische weefsels het geval is, is ook een menselijk lichaam onderhevig aan verval en ontbinding. Dat proces begint direct na het overlijden en zet door totdat een lichaam volledig is vergaan en is opgenomen in de natuur door begraving dan wel door crematie. De overledene gaat er in de loop der dagen anders uitzien door kleurverandering of stuwing van vocht op bepaalde plekken. Ook wordt een lichaam al snel stijf en dat maakt het aanraken anders dan je gewend was. Verder is er geen zelfvoorzienende warmteregulatie meer en dus neemt het lichaam langzaamaan de temperatuur van de omgeving aan.

Ook  geuren kunnen zich gaan verspreiden. Bij de ene persoon wat meer dan bij de andere. Dat is allemaal afhankelijk van gewicht, vochtgehalte, ziekteproces en medicatie, omgevingstemperatuur, en zo zijn er nog meer factoren die van invloed zijn op de ontbinding en dus houdbaarheid van een dood lichaam.

Koelen is niet wettelijk verplicht, maar wel belangrijk. Toch wordt er ook wel eens gekozen om het lichaam niet te koelen met een koelplaat. Vooral mensen met een antroposofische visie op leven en dood willen hier nog wel eens voor kiezen. Het uiterlijke beeld is daarbij ondergeschikt aan de zielerust die men wil bewaken door het lichaam zo min mogelijk te verstoren door invloeden van buitenaf.

Ook is er tegenwoordig de mogelijkheid om te kiezen voor thanatopraxie, een invasieve behandeling die ook wel lichte balseming genoemd wordt. Na deze behandeling is koelen niet meer nodig omdat alle vloeistoffen in het lichaam worden vervangen door een conserverend middel.

Hierover meer in een volgend blog.

Heidi Gündel